donderdag 17 april 2014

Failproof frans stokbrood


Ergens vond ik het de laatste tijd wat debiel dat ik een klassiek stokbrood nog niet bij de lijst van mijn zelfgeschreven recepten kon vervoegen. "Diene heeft nen boek geschreven en kan nog niet eens zelf zijn stokbrood maken, potverdekke!", om je maar een idee te geven van de rampscenario's die er in mijn hoofd rondspookten. Maar na gisteren is het me eindelijk gelukt om een stokbrood te maken, knarsend langs de buitenkant en heerlijk zacht langs de binnenkant. 



Er zijn een aantal key things waarop je moet letten wanneer je als hobbybakker een stokbrood maakt, hieronder staan ze ze één voor één opgesomd. 

  1. Het kneedproces. Knéden knéden knéden tot je erbij neervalt! Vind je kneden saai? Houd dans een bokswedstrijdje met je deeg, niets is zou leuk als dat. Hoe beter en langer je kneedt, hoe beter de gluten in het deeg vrijkomen en elastischer het deeg zal zijn. Want onthoud: no elastisch deeg, no lekker stokbrood.
  2. Het rijsproces. Om een goed stokbrood te hebben, moet je het deeg minstens twee keer de kans geven om goed te kunnen rijzen. Dit doe je best op een warme, tochtvrije plaats en het deeg leg je, met een vochtige handdoek er bovenop, in een grote kom.
  3. Steam it, just steam it! Eén van de geheimen van een goed stokbrood is om stoom in je oven te creëren, zodat de korst lekker knapperig -maar niet uitgedroogd- is. In mijn recept zal je merken dat ik kiezelsteentjes gebruik waarop ik warm water giet. Je kan het vergelijken met een saunakacheltje waarop je water giet, stoom à volonté! 
  4. De oventemperatuur. Stokbrood bakken doe je niet op 180°C, maar op 250°C. Het bakken moet snel gebeuren zodat het brood een bruin korstje krijgt, in tegenstelling tot het langzaam aan garen van cake.
  5. Flour is power. Met patisseriebloem/patentbloem kom je er bij brood meestal niet. Belangrijk is dat je ongebleekte bloem met harde tarwe gebruikt. Ik koop hiervoor meestal bio tarwebloem uit Delhaize.
  6. De 2 aartsvijanden gist en zout. Zorg ervoor dat gist en zout nooit rechtstreeks in contact met elkaar komen, aangezien dan je deeg onmogelijk zal kunnen rijzen. In mijn recept voeg ik het zout pas toe aan het reeds gevormde deeg, zodat er geen reden tot mislukking zou zijn.
  7. Het water. Zorg ervoor dat het water waarin je de gist mengt niet heet, maar lauw is. Wanneer dit heet is, zal je de gist verbranden en kan het deeg niet rijzen.


Je culinaire hersendeel volgeladen met tips? Begin dan als de bliksem aan het recept, zodat ik alweer een blij persoon kan zijn.




Benodigdheden:
  • 340g water
  • 10g gedroogde gist
  • 460g ongebleekte tarwebloem
  • 9g keukenzout
  • een plantenspuit gevuld met water


Werkwijze:

Verwarm het water in een kommetje in de microgolfoven tot het lauw aanvoelt (zeker niet heet, op die manier zal je de gist verbranden). Strooi de gedroogde gist over het lauwe water en laat het geheel onaangeroerd 15 minuten staan, of tot het bovenoppervlak er schuimig uitziet.

Doe de bloem in een grote kom, maak een kuiltje in het midden en giet het gistmengsel erbij. Meng met een houten lepel tot de bloem het gistmengsel opgenomen heeft. Strooi het zout erbij en meng tot een homogene deegbal.

Bestrooi je werkblad met wat bloem en kneed hierop het deeg gedurende 25 à 30 minuten, strooi er wat bloem bij indien het deeg zou blijven plakken. Je kan merken dat het deeg elastisch genoeg is wanneer je een stukje kan blijven uitrekken zodat het bijna doorzichtig wordt. 


Bol het deeg op, vet een grote kom in met wat olie en leg het hierin. Bespuit een propere keukenhanddoek met water en leg dit bovenop de kom. Laat het deeg ca. 1 uur op een warme, tochtvrije plaats rusten, of tot het in volume verdubbeld is.

Bestuif je werkblad met wat bloem en haal het deeg uit de kom. Snijd in drie gelijke stukken en klop de stukjes met je handpalmen volledig plat, op die manier doe je al het gas eruit. Vorm lange worsten van de 3 deegstukken en schik ze naast elkaar op een bakplaat. Leg de vochtige keukenhanddoek erop en laat het deeg opnieuw ca. 40 minuten rijzen, of tot de 'worsten' in volume verdubbeld zijn. 




Verwarm de oven voor op 250°C en vul een bakvorm voor de helft vol met kiezelsteentjes. Zet de bakvorm mee in de voorverwarmende oven.

Maak met een scherp mesje om de paar centimeter fijne, schuine inkepingen in het deeg. Bespuit het deeg met flink wat wat water.

Giet, wanneer de oven volledig voorverwarmd is, een tweetal glazen warm water bovenop de kiezelsteentjes, of tot ze volledig onder staan. Je zal merken dat dit behoorlijk wat stoom veroorzaakt. Bak de stokbroden in ca. 25 minuten goudbruin en laat ze voldoende op de bakplaat afkoelen. 



De stokbroden smaken op z'n best als je ze op de dag zelf nog opeet. 

maandag 14 april 2014

Hartige kaastaartjes met zalm, bieslook & rucolasla

Hoezééé, de lente is aangebroken! Met andere woorden, de tijd waarin ik in de keuken helemaal kan losgehen met seizoensproducten als rabarber, aardbei, asperge, en zoveel meer. Maar ook de tijd waarin zware quiches plots zo licht als een veer lijken en frisse, fruitige desserts absolute toppers aan tafel zijn. En over fruit gesproken, vorige week ben ik per velo met mijn oudste zus voor de allereerste keer Vlaanderens bekendste fruitstreek Haspengouw gaan verkennen. IK HEB IN MIJN LEVEN NOG NOOIT ZOVEEL BLOESEMS GEZIEN, VERDEKKE! ** Wel schoon, moet ik toegeven. Én én én, het lokale bloesembier is echt een aanrader!

**

Waar ik me afgelopen weekend in wilde verdiepen, was om een hartige kaastaart te maken. Na het schrijven van mijn new york style blueberry cheesecake  van vorige week, dacht ik dat het niet anders zou kúnnen dan dat een hartige variant minstens even lekker zou smaken (weliswaar als hapje of voorgerecht dan...). 


En niets was minder waar, want deze frisse kaastaartjes met zalm en bieslook doen het beslist prima op je lentemenu. Serveer ze als voorgerecht of hapje met wat rucolasla, geroosterde pijnboompitten en je favoriete dressing, en de hemel van je gasten zal voor hen openklaren! 




Benodigdheden (ca. 15 kaastaartjes):

De bodem
  • 70g droge beschuiten
  • zout + peper
  • 60g boter, gesmolten
  • 30g geraspte Parmezaanse kaas (vervangbaar door Gruyère of Emmentaler)

De kaasvulling
  • 190g zure room
  • 200g roomkaas (geen light versie)
  • 50g room (light versie mag)
  • 2 eetlepels vers citroensap
  • zout + peper
  • 2 eieren op kamertemperatuur
  • 1 volle eetlepel gezeefde bloem
  • 200g gerookte zalm
  • een handjevol bieslook


Werkwijze:
  1. Begin met het maken van de bodem. Verwarm de oven voor op 180°C en vul een grote muffinvorm met papieren vormpjes.
  2. Maal de beschuiten in een foodprocessor tot fijne kruimels. Meng het zout, de peper, de boter en de Parmezaanse kaas erdoor tot alles goed onder elkaar vermengd is. Verdeel het kruimelmengsel over de bodems van 15 muffinvormpjes en druk het mengsel met de bolle kant van een lepel stevig aan. Bak de bodems in ca. 10 à 15 minuten goudbruin en laat even afkoelen.
  3. Verlaag de temperatuur van de oven naar 100°C en begin vervolgens aan het kaasmengsel. Klop in een grote kom de zure room met de roomkaas ca. 2 minuten luchtig op. Meng de room met het citroensap erdoor en breng op smaak met wat peper en zout. Meng één voor één de eieren erdoor, en als laatste de bloem. 
  4. Snijd de gerookte zalm en de bieslook in fijne reepjes en voeg toe aan het kaasmengsel. Proef en kruid eventueel bij met nog wat peper, zout of bieslook. 
  5. Verdeel het kaasmengsel over de muffinvormpjes en bak de kaastaartjes op 100°C in ca. 60 minuten gaar. Laat ze met de ovendeur open volledig afkoelen en zet ze minstens 2 uur in de koelkast, zodat ze genoeg kunnen opstijven.
  6. Garneer de kaastaartjes met wat bieslookstengels en serveer ze met verse rucola, geroosterde pijnboompitten, en je favoriete vinaigrette. 

zondag 6 april 2014

new york style blueberry cheesecake


Zie mij hier nu wekelijks zo Amerikaans (of toch vettig) als het maar zijn kan experimenteren in de keuken. Zie mij hier zélf een Amerikaanse voornaam hebben. Zie mij hier dromen van de Hollywood hills, het wilde Westen, gigantische natuurparken en gele taxi's spotten in NY. Verbaast het je nog dat mijn Amerika-koorts alsmaar sneller en sneller stijgt? Mocht mijn budget dit ook doen, dan zat ik ongetwijfeld morgen al op het eerste vliegtuig, het is maar dat je 't weet ;) 


Soit, om toch maar met mijn beide voeten op de grond (en met mijn hoofd in Amerika) te blijven, haalde ik dit weekend de lekkerste cheesecake aller tijden uit mijn oven. Maar dan ook écht aller tijden. Na ettelijke mislukte cheesecake-experimenten, is 'm eindelijk tot zijn recht gekomen. Maar hoe? 


Mijn geheim (en dat van Amerika) is om een cheesecake op een extreem lage temperatuur te bakken. Zo komt de binding langzaam op gang, en loop je überhaupt geen risico op een gescheurd exemplaar, wat duidelijk één van de bijwerkingen is van bakken op 180°C. Wat ik me ook nog herinnerde uit een kookboek, was om de springvorm op een speciale manier te bekleden met aluminiumfolie. Zo voorkom je dat de kaasvulling eruit zou gaan vloeien, en krijg je 'm in no-time als een geslepen diamant uit z'n vorm. Nog aan het twijfelen? Don't, want dit is zonder twijfel een try before you die-recept!




Benodigdheden:

Voor de koekjesbodem
  • 120g droge koekjes (hier: theebiscuits, Albert Heijn)
  • 90g boter, gesmolten en afgekoeld

Voor de kaasvulling
  • 725g roomkaas op kamertemperatuur (geen light versie, bij voorkeur Philadelphia)
  • 120g zure room 
  • 180g kristalsuiker
  • 1 volle eetlepel bloem
  • 3 eieren op kamertemperatuur
  • 1 eetlepel vanille extract (indien je essence gebruikt, gebruik dan enkele druppeltjes)
  • 100g bosbessenconfituur
  • 400g bosbessen
  • poedersuiker ter decoratie

Werkwijze:
  1. Begin met het maken van de koekjesbodem. Verwarm de oven voor op 180°C. 
  2. Bekleed een springvorm volgens de foto onderaan **. Haal de losse bodem uit de springvorm en bekleed langs boven met aluminiumfolie. Vouw de losse delen langs de andere kant. Leg de losse bodem opnieuw in de springvorm en sluit de vorm. Vouw de losse delen van de aluminiumfolie naar boven, zodat je een soort 'kuipje' hebt. 
  3. Maal de koekjes in een foodprocessor tot fijne kruimels. Meng de gesmolten boter erdoor en druk de kruimels in de klaargemaakte springvorm. Bak de bodem in ca. 15 minuten goudbruin en laat even afkoelen. Begin intussen aan de kaasvulling.
  4. Verlaag de temperatuur van de oven naar 100°C. Let erop dat je dit zeker doet, anders zal de kaastaart scheuren en niet smaken zoals hij zou moeten. 
  5. Mix in een grote kom de roomkaas samen met de zure room en de kristalsuiker stevig door elkaar, of tot het geheel bleek en luchtig is. Zeef de eetlepel bloem erboven en meng dit met een spatel erdoor. Meng als laatste één voor één de eieren erdoor en meng tot een gladde massa. 
  6. Giet het kaasmengsel in de springvorm en strijk met een spatel overal glad. Bak de cheesecake gedurende anderhalf uur in de oven, of tot de kaasvulling gebonden aanvoelt. Laat de cheesecake met de ovendeur op een kiertje volledig afkoelen, en zet hem daarna minstens 2 uur (bij voorkeur een nacht) in de koelkast.
  7. Begin vervolgens aan de bosbessengarnituur. Verwarm in een klein sauspannetje de bosbessenconfituur tot een sausje. Borstel de confituur over de inmiddels afgekoelde cheesecake en schik de bosbessen er netjes op. Bestrooi als laatst met flink wat poedersuiker en bewaar de cheesecake tot 5 dagen in de koelkast. 

** 

vrijdag 28 maart 2014

Het wonder is geschied! + giveaway



Hoezééé, yes, woehoeeee, mijn boek is er! Het voorbije jaar kan ik op z'n minst als een rollercoaster met eindeloze loopings beschouwen. Sinds de tweet van Wim Ballieu, ben ik nog nooit zo'n gelover in het geluk geweest. Enkele dagen erna stond in mijn living al een journaliste van Het Nieuwsblad Regionaal te luisteren naar een nerveuze ik die zijn eerste interview ever gaf. Wat achteraf bleek, was dat het artikel uiteindelijk niet in de regionale krant zou verschijnen, maar de nationale krant zou halen (en dan nog wel op de voorpagina hé!). Geluksmijlpaal n° 2 hadden we bereikt. 


En, alsof het allemaal op voorhand uitgestippeld zou zijn, werd ik op de dag van de publicatie in de krant gecontacteerd door het Davidsfonds met de vraag of ik het zag zitten om een bakboek te schrijven. (effe in extase zijn - iedereen opbellen en de adrenaline eruit schreeuwen - antwoorden op het Davidsfonds: natuurlijk zie ik da zitten, can't wait!) Enkele uren erna nam ik steevast mijn KitchenAid en oven opnieuw bij de hand en begon ik -je raadt het nooit- te bakken. Want, chers amis, niets voelt zo ontspannend en zalig aan als met je handen door een deeg kneden, vettig beslag in je springvorm gieten of eindeloos veel balletjes van koekjesdeeg kneden. 





Laat dàt nu net de boodschap zijn die ik met mijn eigen bakboek aan jullie wil overbrengen. Iedereen kan bakken, jong of oud, man of vrouw, keukenprins of keukenslons. Vergeet de prototype-beelden van hoofdpijn-kwekende roze rolfondanttaarten, perfecte taarten van bij de bakker die onmogelijk zelf te maken lijken en bommataarten met een overdosis aan crème fraîche en botercrème. Bakken is cool, zeg ik u.


Wil jij jezelf vervoegen tot de nieuwe bakgarde die allemaal tesamen het coolste, hipste en gezelligste gebak maken? Je verhaal kan dan beginnen bij het kopen van mijn boek, voor de prijs van 24,95 euro! Nog meer info nodig, waaronder alle verkooppunten? Check dan deze pagina.





Ook verloot ik onder jullie 3 exemplaren, helemaal gratis en voor niets!


Wat moet je hiervoor doen? 

Deel via je profiel op Facebook, Twitter of Instagram een foto waarin het duidelijk te zien is dat je verzot bent op bakken, met de hashtag #bakedlouies erbij. Schrijf er ook bij waarom jij zo'n exemplaar zou verdienen. De 3 coolste, gezelliste, ontroerendste, grappigste of net lekkerste foto's krijgen een exemplaar thuis toegestuurd. Vanaf morgen begin ik aan het als-een-holbewoner-tijdens-de-examens-leven, een foto die me aan het lachen brengt zou dus misschien een streepje voor kunnen krijgen :) 

Meedoen kan nog tot en met 6 april, succes! 

zondag 23 maart 2014

Rabarber rijsttaart

Buongiorno amigos! Nog welgeteld een paar uur te gaan en ik mag mezelf officieel, maar dan ook wel écht officieel auteur van een kookboek noemen. Verbaast het je dat ik nu één dikke brok zenuwen ben die goud zou willen geven om het eerste exemplaar in handen te hebben? Houd trouwens ook de komende dagen mijn blog in de gaten, want misschien win jij binnenkort een bundeltje bakmicroben  ter waarde van 24,95 euro! 


Om er dit jaar vroeg bij te zijn, besloot ik dit weekend om een nieuwe variant op de ouderwetse, maar o zo lekkere rijsttaart te schrijven. Nu niet dat rabarber rijsttaart het ei van Colombus is, toch zal je gezichten zien opklaren bij de eerste hap die je proevers naar binnen werken. Hup hup, doe die vuile botten aan en trek binnenkort de eerste rabarberstengels op een zonnige zondag uit je moestuin!


Geen moestuin? Een gemakspersoon? Of, net zoals ik, er te vroeg bij? In de betere supermarkt kan je gemakkelijk rabarbercompote kopen, zodat je luxeprobleem al gauw opgelost geraakt.




Benodigdheden:
  • 10 dl volle melk 
  • 200 g risottorijst / dessertrijst
  • 100 g kristalsuiker
  • 30 g boter
  • 3 eetlepels + 140g rabarbercompote (uit de supermarkt of bereid volgens de compote van deze rabarbertaartjes)
  • 1 vel kant-en-klaar bladerdeeg, recht uit de koelkast
  • 1 eidooier, verdund met een scheutje melk

Werkwijze:
  1. Begin met het maken van de rijstpap. Verwarm op een middelhard vuur de volle melk in een steelpan tot het net niét kookt.
  2. Giet de rijst bij de hete melk en zet het vuur op een laag pitje. Blijf ca. 20 à 30 minuten in de pan roeren, of tot de rijstpap dik en gebonden is én de rijst niet tussen je tanden knarst. Voeg als laatste de kristalsuiker samen met de boter toe en meng tot een smeuïg geheel. Laat de rijstpap even afkoelen. 
  3. Leg het bladerdeeg, samen met het vel boterpapier uit de verpakking, in een taartvorm van ca. 22cm diameter en druk goed aan. Verwijder de overhangende randen en smeer de 3 eetlepels rabarbercompote over de bodem uit. 
  4. Giet de inmiddels lauwwarme rijstpap in de taartvorm en verdeel de 140g rabarbercompote er in eetlepels over. Zet de taartvorm ca. 15 minuten in de koelkast, of tot er zich op de pap een velletje gevormd heeft. Verwarm intussen de oven voor op 200°C. 
  5. Haal de taartvorm uit de koelkast en borstel de verdunde eidooier over het velletje van de rijstvulling en de deegranden.
  6. Bak de rijsttaart in ca. 30 minuten in de voorverwarmde oven goudbruin. Laat volledig in de vorm afkoelen alvorens je hem ontvormt.

Het recept in vogelvlucht

donderdag 13 maart 2014

Poffins

Sinds afgelopen woensdag ben ik door Davidsfonds alvast 1 how-to-workshop-geven-ervaring rijker, hoezee! Toch voelt het nog steeds vreemd om de les te spellen aan mensen die mijn moeder of vader zouden kunnen zijn, of is het 'n kwestie van wennen? Anyway, ik ben er alleszinds helemaal voor klaargestoomd. En, mocht je het willen weten, tijdens de week van 24 maart komt mijn boek eindelijk in de rekken te liggen, om de hyperbesmettelijke bakmicrobe in jullie keukens te verspreiden. Be prepared, or die! :)


Ben je een muffinfan? Een poffertjesfan? Dan zijn deze poffins ongetwijfeld helemaal voor jou weggelegd. Serveer ze met wat poedersuiker of ga all the way met je favoriete stroop erbij. Geen poffertjespan in huis? Don't worry, poffertjes kan je gemakkelijk kant en klaar in de supermarkt vinden. 






Benodigdheden (12 poffins):

De poffertjes
  • 30g boter op kamertemperatuur
  • 65g kristalsuiker
  • 1 ei op kamertemperatuur
  • een scheutje vanille extract
  • 95g zelfrijzende bloem
  • een snuifje zout
  • 1 deciliter melk (mager, halfvol of vol)

De chocolademuffins
  • 100g patisseriebloem
  • een snuifje zout
  • 3g (1/2 tl) bakpoeder
  • 110g kristalsuiker
  • 20g ongezoet cacaopoeder
  • 1 ei
  • 120g melk
  • 45g plantaardige olie (bv. zonnebloem)
  • 85g pure chocolade, gesmolten en afgekoeld


Werkwijze:
  1. Begin met het maken van de poffertjes. Klop de boter in een ruime kom samen met de suiker luchtig en bleek. Meng het ei en het vanille extract erdoor tot een homogene massa. 
  2. Zeef de zelfrijzende bloem boven de kom en meng dit met het snuifje zout door het botermengsel. Giet als laatste de melk erbij en meng tot een klontervrij beslag. 
  3. Vet een poffertjespan in met wat boter en verhit de pan. Giet het beslag in een spuitfles en spuit de gaatjes van de poffertjespan 2/3 vol met het beslag. Indien je geen spuitbus hebt, zal dit iets moeilijker gaan. Bak de poffertjes langs één kant bruin, draai ze om en bak ze ook langs de andere kant bruin. Herhaal dit tot al het beslag op is. 
  4. Begin vervolgens aan de chocolademuffins. Verwarm de oven voor op 200°C en vul een muffinvorm met kleine vormpjes. Meng in een grote kom de bloem, het zout, het bakpoeder, de kristalsuiker en het cacaopoeder droog onder elkaar. Meng in een apart kommetje het ei, de melk, de olie en de chocolade onder elkaar en giet dit in één keer bij de droge ingrediënten. Meng kort met een houten lepel tot alle ingrediënten onder elkaar vermengd zijn. 
  5. Verdeel één theelepel van het beslag over de bodem van een vormpje en stapel er drie poffertjes bovenop. Herhaal dit voor de andere vormpjes en verdeel de rest van het beslag over de poffertjestoren. 
  6. Bak de poffins in ca. 15 minuten gaar, het midden van de poffins mag nog sponzig aanvoelen. Laat ze voldoende afkoelen en bewaar tot 5 dagen buiten de koelkast.



zondag 23 februari 2014

Failproof eclairs


Gedaan met je eclairkoekjes die zo slap als een dweil en zo plat als een vijg zijn. Gedaan met banketbakkersroom die veel te lopend, veel te vast of gewoon veel te vies is. Gedaan met eclairglazuur dat verre van het heerlijk knarsende chocoladeglazuur van bij de bakker smaakt (als je weet wat ik bedoel). Hello failproof eclairs, oftewel sjoekes bij ons genoemd! 



Vaak hoor ik dat dit paradijslijk gebak tijdens de bereiding op één of andere manier helemaal de mist ingaat. Na verschillende 'oei, uw sjoekes zijn echt niet te vreten'- en 'wow, ik krijg hier bijna een culinair orgasme op mijne stoel!'-pogingen vond ik de tijd rijp om mijn eclairtips met jullie te delen. Met een recept van De Boerinnenbond, natuurlijk. Omdat boerinnen cool zijn, zeg ik u. 

#swag (oké, ik ben duidelijk in de meest vreemde creatieve bui ooit vandaag...) 


Wat je nodig hebt (ca. 15 middelgrote eclairs):

De eclairkoekjes
  • 200 g water 
  • 80 g ongezouten boter, gesneden in stukjes
  • een snuifje zout
  • 140 g zelfrijzende bloem (hoef je niet te zeven)
  • ca. 4 eieren, naargelang de grootte

De banketbakkersroom
  • 1 liter volle melk
  • het merg van 1 vanillestokje (optioneel)
  • 4 eidooiers
  • 150 g kristalsuiker
  • 80 g maïzena

Het chocoladeglazuur + de afwerking
  • 200 g poedersuiker
  • 40 g ongezoet cacaopoeder
  • 1 glas kokend water
  • een handjevol fijngehakte hazelnoten, amandelen of hagelslag


Aan de slag: 

Begin met het maken van de banketbakkersroom. Verwarm de melk, samen met het eventuele merg van het vanillestokje, in een kookpot tot het net niet kookt. Zet het vuur uit.

Klop met een garde in een middelgrote kom de eidooiers samen met de kristalsuiker en de maïzena bleek en luchtig.  Giet een scheutje van de warme melk bij het eiermengsel en roer los. 
  • Tip 1: Indien je de melk er in één keer bij zou gieten, loop je gemakkelijker de kans dat de eieren zouden gaan schiften. 

Giet het losgeklutste eiermengsel, terwijl je roert, bij de warme melk en zet de kookpot terug op een zacht vuur. Blijf met een garde roeren tot de pudding mooi ingedikt is en 'scheetjes laat'. Giet de banketbakkersroom in een kom, dek af met plasticfolie en zet het in de koelkast tot je ze straks opnieuw nodig hebt. 

Begin vervolgens aan de eclairkoekjes. Verwarm de oven voor op 225°C en bekleed een bakplaat met bakpapier. Breng in een kookpot het water samen met de boter en het zout aan de kook, net tot de boter helemaal gesmolten is. Zet de kookpot dan meteen van het vuur. 
  • Tip 2: Kook het water niet langer dan tot wanneer de boter volledig gesmolten is, anders kloppen de verhoudingen in het recept niet meer. 

Voeg in één keer de zelfrijzende bloem toe en meng met een houten lepel tot een natte brij die de bloem helemaal opgenomen heeft. Zet de kookpot opnieuw op een zacht vuurtje en blijf roeren tot een homogene deegbal die zich gemakkelijk losmaakt van de bodem.
  • Tip 3: De kookpot terug op het vuur zetten om het deeg als het ware nog wat uit te drogen is een cruciale stap. 

Stort de deegbal in een grote mengkom en laat tot op lichaamstemperatuur afkoelen. Om het proces te versnellen, kan je op trage snelheid in een keukenrobot met de menghaak het deeg laten afkoelen. 

Voeg één voor één de eieren toe, tot het deeg net van de lepel valt als je hem omhoog houdt. Klop telkens stevig met een houten lepel tot het ei volledig is opgenomen. 
  • Tip 4: Wees voorzichtig met de hoeveelheid eieren die je toevoegt, het laatste ei kan je bijvoorbeeld eerst losklutsen in een glas en scheutje per scheutje toevoegen. Teveel eieren kan ervoor zorgen dat de eclairs plat worden, te weinig eieren kan ervoor zorgen dat ze in de oven niet zullen rijzen. 

Vul een spuitzak met een effen spuitmondje met het beslag en spuit gelijke repen (ca. 8cm op 2,5cm) op het bakpapier. Bak de eclairs ca. 15 minuten in de voorverwarmde oven, of tot ze minstens het dubbele in volume toegenomen zijn. Verlaag nu de temperatuur naar 180°C en bak ze nog ca. 10 à 15 minuten verder, om ze langs de binnenkant voldoende uit te drogen. 

Schakel de oven uit, zet de ovendeur op een kiertje en laat de eclairkoekjes volledig afkoelen. 
  • Tip 4: Op deze manier voorkom je dat de eclairkoekjes een 'temperatuurshock' zouden krijgen wanneer je ze uit de oven haalt, en ze meteen zouden inzakken. Geduld is dus de boodschap! 

Maak vervolgens het chocoladeglazuur door in een kommetje het cacaopoeder met de poedersuiker onder elkaar te mengen. Giet er één eetlepel kokend water bij en meng tot een papje. Leng het chocoladepapje scheutje per scheutje aan tot een dikke, maar smeerbare pasta. 

Snijd de inmiddels afgekoelde koekjes horizontaal middendoor, vul een spuitzak met de banketbakkersroom en spuit een dikke laag room op de onderste helft. Doop de bovenste helft in het chocoladeglazuur en leg dit opnieuw op de onderste helft van de eclair. Werk af met wat extra stukjes hazelnoot, amandelen of hagelslag en bewaar ze tot 5 dagen in de koelkast. 


Uit: Ons Kookboek (recept eclairkoekjes + banketbakkersroom), Goe Gebakken 1 (chocoladeglazuur)
Related Posts Plugin for WordPress, Blogger...